AARDBEIEN IN MELSELE
In het begin van de 20ste eeuw was er echter weinig weelde op de doorsnee boerderij. Het aantal kinderen was groot, de boerderij was klein en men zocht naar "iets" om meer geld te verdienen. Er was weinig keuze: de haven van Antwerpen of overschakelen naar meer rendabeler teelten.
Sociaal voelende mensen van de gemeente: dokters, onderwijzers en pastoors stuurden dan ook aan op grotere teeltoppervlakten voor de aardbeien. Dokter L. Smet stichtte het "Werk van den Akker", waarin een reeks voordrachten (iedere zondagnamiddag in de wintermaanden) gegeven werden door de heer R Geerinckx, staatsvoordrachtgever uit Zele, over de groententeelt in openlucht (1919) en onder glas (enkele jaren later).
Vele leden begonnen met groenten en aardbeien te kweken voor verkoop. Dit bracht problemen inzake afzet, daarom werd de hoveniersgilde gesticht met als voorzitter mr. Smet (februari 1924). De gilde telde toen een dertigtal leden en het lidgeld bedroeg 10 fr. per jaar. Aandacht werd besteed voor de aarbeikweek in openlucht en proefgewijs onder glas en als afzet de vroegmarkt van Antwerpen. Dit bleek een succes te zijn. De belangrijkste variëteiten waren: Laxton Nobles en Madam Mouot.
Gelukkig bleven de resultaten niet uit. Was men in 1920 schuchter begonnen met enkele eenruiters (=ingekaderde glasruiten met een oppervlakte van ca. 1m² die over de aardbeien werden gelegd met het doel de oogst te vervroegen), dan nam deze teelttechniek, onder invloed van de lessenreeksen een grote vlucht. Ook de nabijheid van de Schelde had zijn invloed op de ontwikkeling van de teelt. In Doel werden de Rijnkassen (=schepen) die niet meer in goede staat waren afgebroken en het hout werd door de hoveniers .gebruikt om bekistingarmen voor eenruiters van te maken.
Per eenruiter was een opbrengst van 1 kg goed. Deze vruchten werden verkocht op de markt van Antwerpen aan de prijs van 30-35 fr./kg . Die prijs was zeer goed als men weet dat men met dat geld de volledige installatie van een eenruiter kon betalen.De geplukte aardbeien werden toen met veel zorg omringd. Onder elke vrucht kwam een blaadje en per bakje waren er slechts 6 tot 9 vruchten. Zorgvuldig werden deze bakjes in grote kratten geplaatst en 's morgens voor dag en dauw werden de boerenzonen beladen met 30 tot 40 kistjes aardbeien en per fiets vertrok men naar St. Anneke waar de veerboot hen naar de markt van Antwerpen bracht.
Het was een hard leven. Men plukte zolang het licht was en na enkele uren slaap was men tussen drie en vier uur op de markt van Antwerpen. Het was een gouden tijd: per marktdag kwamen 20.000 kg aardbeien op de vroegmarkt. Dankzij deze teelt konden de tuinders zich een goed inkomen verwerven. Langzamerhand werden er nieuwe teeltwijzen ingevoerd, o.a. het forceren van vruchten in bloempotten in verwarmde serres. Hierdoor bekwam men reeds aardbeien begin april, gestart in 1932 door oud burgemeester Vercauteren.
Vanaf 1964 vond een nieuwe methode voor het forceren zijn ingang, nl. de bodemverwarming en elektrische belichting. Hierdoor konden nog een achttal dagen vroeger (vb. eind maart) reeds vruchten bekomen worden. Ook werd de teelt van aardbeien gecombineerd met meloenen (nu minder) en vooral tomaten, waarvoor de eenruiters werden vervangen door serres. Uiteindelijk kennen we nu de volgende technieken om de spreiding in de aardbeienteelt te bekomen.
- rechtstreeks planten in de kas in september
- het opplanten van het wachtbed in de kas in december
- frigo-bewaring om de teelt te verlaten
- bodemverwarming
- belichting
- verwarming (o.a. warmtepompen)
- tunnelserres grote of kleine plastieken kappen
- teelt van doordragers
- teelt in de volle grond
Meer recent is de watercultuur (vooral voor tomaten) en de teelt van de aardbeien in emmers ontwikkeld.
Hoofddoel is de productie per m² te verhogen, zodat met dezelfde stookkosten per m², een hogere productie van vroegere aardbeien en tomaten kan bekomen worden. In een emmer (inhoud +/- 5 l) worden een 4-tal aardbeiplantjes tezamen gebracht. Zo is het mogelijk de opbrengst van 1 kg/m² (voor de tweede wereldoorlog) te verhogen in verscheidene stappen tot 4 à 6 kg/m². De aardbeienteelt in emmers laat daarenboven een hogere pluksneheid toe, vermits de planten op de ideale werkhoogte kunnen geplaatst worden. In beide gevallen wordt d.m.v. een computer de meststoffentoediening aan de planten geregeld. De overtollige vloeistof (niet opgenomen door de plant) wordt gerecycleerd, waarbij de computer de zuurtegraad en de meststoffen hoeveelheid in het water meet.
|